
Visserijwet 1963
Artikel 8
1
Voor de geldigheid van een schriftelijke toestemming, als bedoeld in artikel 7, is vereist, dat deze in duidelijk leesbaar en niet door vegen uit te wissen schrift ten minste vermeldt: de naam, de voorletters en de woonplaats van de rechthebbende op het visrecht en van de houder, de geboortedatum van de houder, de omschrijving van het water en de visserij, waarvoor zij geldt, de dagtekening en de geldigheidsduur.
2
De geldigheidsduur van een schriftelijke toestemming eindigt in ieder geval na verloop van drie jaren na de dagtekening der schriftelijke toestemming.
Jurisprudentie bij dit artikel
- Hieronder wordt een selectie van de bijbehorende jurisprudentie getoond.
- Geen resultaten gevonden voor de door u opgegeven zoek termen.